Mannen komen niet van Mars

01.06.2015

Iedereen kent ze, de ontelbare anekdotes over de verschillen tussen man en vrouw. Met bijbehorende theorieën en verklaringen. Hij uit jagen, zij in de grot. Hij goed in wiskunde, zij in taal. Hij rationeel, zij emotioneel. Hij non-stop onder invloed van testosteron, zij niet. Ok. Uitgezonderd van af en toe wat hormonen die door haar lijf gieren.

Hoewel wij vrouwen prima snappen dat Mars en Venus compleet verschillende planeten zijn, hopen we stiekem toch dat er meer bestaat tussen hemel en aarde. En verwachten we dat onze mannen meer uit hun Mars halen. Maar zijn deze verwachtingen wel gegrond? Is het vreemd dat mannen ons vaak niet begrijpen? Laten we eerlijk zijn, nog vaker begrijpen we onszelf niet eens..

Is er iets schat? Hij bedoelt het vast goed. Maar iets in de manier waarop hij de vraag stelt en me schaapachtig aankijkt, maakt dat het bloed onder mijn nagels begint te jeuken. Omdat ik, blijkbaar geheel onschuldig en onbewust, uit ben op oorlog zeg ik ronduit snauwend en geïrriteerd; nee hoor, niks. Helemaal niks! Ik zie dat hij niet onder de indruk is van mijn sneer, wat mij alleen maar meer opwindt, maar me daarentegen glimlachend die blik schenkt. Je weet wel, zo’n blik van het is weer zover, ik laat haar maar even, beter zo.

Maar dat is het laatste wat ik wil. Ik wil aandacht. Gehoord worden, begrepen, gezien. Ik zucht luid en geïrriteerd, en kijk strak naar mijn telefoon, boek, tijdschrift, laptop, tv, of in ieder geval ver weg van hem. Ik maak kabaal, zorg er wel voor dat hij me hoort. En ik maak van die ellendige geluiden. Tussen zuchten en puffen zit zo’n geluidje, klinkt als tssgggrr. Maar nee hoor. Niks. Ik kan eindeloos de meest misselijke geluiden produceren, hij kijkt er niet van op. Na een kwartier trek ik het niet meer. Stampvoetend loop ik weg, nog wat lelijke woorden mompelend na. Nu komt hij me vast en zeker achterna om me in zijn armen te nemen, terwijl ik eigenwijs tegenspartel. Om vervolgens in mijn oor te fluisteren dat hij me begrijpt. Dat het ook allemaal zwaar en lastig is. Dat hij van me houdt. En dat alles goed komt. En terwijl hij mijn beteuterde gezicht overlaadt met kusjes vraagt hij of ik een lekker kopje thee lust.

Not! Hij blijft gewoon zitten op de bank. Komt me niet achterna. Verroert geen vin. Hij speelt één of ander duf spelletje op zijn iPad! En lijkt hier compleet verloren in op te gaan. Hoe is het mogelijk, vraag ik me kokend van woede en irritatie af. Ik loop weer, dit keer met nog meer kabaal, terug naar de kamer en kijk hem woest aan. Kalm en bedeesd vraagt hij me nogmaals wat er aan de hand is. Of hij iets verkeerd gedaan of gezegd heeft. Verontwaardigd schreeuw ik, Serieus?! Heb je het écht niet door? Eindelijk heb ik zijn aandacht. De iPad gaat weg.

Ok, genoeg nu. Wat is er aan de hand?
ALLES! Ik baal. Van mij, van jou, van ons, het leven, werk, geld, het huis, gezeik, gedoe, alles.
Ok… maar waarom zeg je dat dan niet meteen? Toen ik je vroeg of er iets was, een dik uur geleden?
Nou! Omdat ik er verdomme vanuit ga dat je inmiddels wel weet dat “nee er is niks” betekend “ja alles is kut”
Maar schat, ik ben een man, ik snap zoiets niet. Dat zou jij inmiddels na al dat Venus versus Mars toch moeten weten?
Ja hoor. Gooi de bal maar over. Is dit wat je wilt, ruzie?
Schatje, ik wil helemaal geen ruzie, ik probeer je te helpen, dit op te lossen.
Maar dat is nou juist het probleem! Je hoeft mij niet te helpen en al helemaal niks voor me op te lossen! Ik wil alleen maar dat je luistert. Aandacht voor me hebt. Een arm. Een knuffel. Liefde.
Ok, zegt hij stomverbaasd. Nou dan kom eens bij me zitten dan…
Pfff laat maar, roep ik beledigd. Nu hoeft het niet meer, niet op deze manier.
Sorry schat, maar ik begrijp écht helemaal niks van je. Wat wil je nou?
Inmiddels weet ik het zelf ook niet meer, maar dat hoeft hij niet weten. Waarom snapt hij nou niet dat ik snak naar die knuffel. Ik wil alleen dat hij initiatief neemt.

Beteuterd en afgemat plof ik op de bank. Een pruillip op mijn gezicht, een traan over mijn wang. Wat word ik soms moe van mezelf. Net op het moment, dat ik besef dat mijn aandeel in deze uit de hand gelopen ruzie redelijk groot is, komt hij bij me zitten. Ik strubbel niet tegen. Ik laat me vasthouden. Liefje, fluistert hij, het is ook allemaal lastig en zwaar he?  Ja, knik ik. En dan houdt hij mijn hoofd vast in zijn warme sterke handen. Ik begrijp je schat. Alles komt goed! Liefdevol kust hij mijn traan weg, en overlaad me met zachte zoentjes. Lust je een kop thee?

Zie je wel! Hij kan het wel. Hij heeft alleen ruimte nodig. Ruimte! Komen ze dan toch van Mars?